vorm volgt context - ontwerpkracht inzetten om te bouwen binnen de grenzen van de natuur
Button
mei 2024
Pleidooi voor natuur als vertrekpunt, geen bijkomstigheid.
Ruimte is schaars
Ruimtelijke ordening is een groot goed in ons dichtbevolkte landje. We houden van orde en er moet grip zijn op de verdeling van de beperkte ruimte. Voor elke vierkante meter van ons land is zorgvuldig vastgelegd wat de bestemming is en dat geeft houvast. Deze hang naar orde en houvast kan echter ook bijdragen aan een wat stugge manier van kijken naar de inrichting van ons land: 'Alles heeft zijn plek, zo hoort het, zo hebben we het altijd gedaan'.
Het is de vraag of deze manier van kijken ons helpt bij de uitdagingen waarvoor we ons gesteld zien. Woningtekort, klimaatverandering, energietransitie, ontwikkelingen in mobiliteit en logistiek, enzovoort, het zijn allemaal actuele onderwerpen die gemeenschappelijk hebben dat ze een claim leggen op de beperkte ruimte.
In een klein land waar groei hoog op de politieke agenda staat is het een lastig gegeven dat de ruimtelijke grenzen niet meegroeien. We moeten het doen met de ruimte die we hebben en dat dwingt tot het maken van keuzes, en waar gekozen moet worden zijn er altijd winnaars en verliezers. Zeker in het 'ruimtelijke vraagstuk'.
Botsende belangen
Eén van de belangrijkste ruimteclaims komt voort uit het groeiende tekort aan woonruimte, maar ook de roep om meer ruimte voor de natuur wordt steeds sterker. Voor wat betreft dat eerste punt bouwen we het liefste nog flink wat nieuwe woonwijken op de vetrouwde manier: sturend op aantallen en efficiëntie. En natuurlijk met een speciaal budget voor het stempeltje 'natuur inclusief'.
Bij natuurontwikkeling kiezen we ook beproefde methodes waarbij er vooral oog is voor de kwetsbaarheid van de natuur en de mens zoveel mogelijk op afstand moet blijven.
Botsende belangen. Kan het ook anders?
Compatibel?
Laten we het gedeelde belang voorop stellen. Kan wonen zich aanpassen aan de natuur zodat er compatibiliteit ontstaat? De natuur heeft ons veel te bieden en is veerkrachtig, dat biedt kansen. Mits we zorgvuldig te werk gaan.
Aan welke voorwaarden moet voldaan worden om natuurontwikkeling te stimuleren? Welke woonvorm leent zich voor dit concept en hoe kan de negatieve impact van de woningen tot een minimum beperkt worden? Ontwerpend onderzoek leent zich uitstekend om op deze vragen een antwoord te vinden.
Water en bodem sturend
Eind 2022 is door het kabinet bepaald dat water en bodem sturend moeten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Deze beleidskeuze onderkent (terecht!) het grote belang van water en bodem bij het maken van ruimtelijke keuzes, maar laten we die lijn nog iets verder doortrekken. Water en bodem vormen samen met alle flora en fauna die daaruit voorkomt onze natuurlijke leefomgeving.
Water en bodem zijn relatief statische factoren, slechts in beperkte mate beïnvloedbaar door de mens. De flora en fauna is in ons land in vergaande mate onderworpen aan de wil van de mens en als gevolg daarvan sterk teruggedrongen. Juist daarom en vooral in ons kleine landje zou zij veel vaker leidend moeten zijn. Met dat vetrekpunt zou er zicht kunnen komen op een duurzame balans en gezonde wisselwerking tussen mens en natuur.
De natuur als beste buur
Deze benadering zal moeten beginnen met een goede kennismaking. Een zorgvuldige verkenning van de eigenschappen en ecologische kwaliteiten en de potentie van de plek. Als dit beeld voldoende compleet is kunnen op basis daarvan de randvoorwaarden geïdentificeerd worden en een eerste idee van de speelruimte voor wonen. Vervolgens kan nagedacht worden over een passende woonvorm en de ruimtelijke vertaling hiervan naar een conceptueel woningontwerp.
Geen uitgemaakte zaak, maar een boeiende uitdaging waar mijn ontwerpershart sneller van gaat kloppen!!